Chris Van de Velde


Go to content

Mark Swysen, beeldend kunstenaar.

reviews

Inleiding tentoonstelling CPO, Antwerpen.


Beste genodigden,

Men heeft mij gevraagd om het werk van Chris Vandevelde, dat u rondom u kan beleven, enigszins te duiden. Ik ga dat proberen te doen door beroep te doen op het boek "Denken over Kunst" van kunstfilosoof Anton Van Den Braembussche en met enige assistentie van Ernest Van Buynder, voorzitter van het M HKA, die het werk van Chris goed kent en waardeert en bij wie ik wat tekst ben gaan lenen.

Voor niet-insiders komt de kunstwereld soms over als een elitair bolwerk waarin de gewone sterveling niks te zoeken zou hebben. Foei, foei, foei, als onze musea en kunstpausen die indruk wekken. Kunst bestaat niet zonder een publiek, zonder u dus. Maar dan stelt zich natuurlijk onmiddellijk de vraag hoe je als publiek tegen een kunstwerk aankijkt.

Er bestaan een flink aantal kunstfilosofische theorieŽn over wat een goed kunstwerk dan wel moge zijn.
- Lange tijd, sedert de Griekse filosoof Plato daar zijn mening over ventileerde, was het wezen van de kunst de nabootsing, de afbeelding van de zintuiglijke werkelijkheid. Sedert de uitvinding van de fotografie zijn er nauwelijks nog kunstfilosofen die de kwaliteit van de nabootsing een valabel criterium blijven vinden om kunst te beoordelen. Hoewel deze opvatting nog steeds populair is onder een breed publiek. Misschien heeft de vaststelling dat de leek gemiddeld 50 ŗ 100 jaar achterloopt op de avant-garde van de actuele kunst daar iets mee te maken. Er zijn inderdaad nog steeds mensen die Salvator Dali en zijn tijdgenoten als hedendaagse kunstenaars beschouwen.
- Een nieuwere invalshoek is de verhouding tussen de kunstenaar en zijn kunstwerk. Dit gezichtspunt is het fundament van de expressietheorie: het wezen van de kunst is hier de zelfexpressie van de kunstenaar, zijn of haar oorspronkelijke gemoedsbeweging.
- Een derde perspectief beperkt zich tot de beschouwing van het kunstwerk an sich. In dit formalistisch standpunt gaat het om de loutere vorm. De inhoud of de intentie van de kunstenaar doen er niet toe.
- Dat de aandacht voor slechts 1 van deze beide invalshoeken (expressi of vorm) niet volstaat om het wezen van de kunst te ontrafelen, spreekt enigszins voor zich. Een aantal kunstfilosofen - en hoewel ik mezelf geen filosoof wil noemen, voel ik mij toch best thuis in deze groep - stelt dat kunst in wezen een synthese is tussen vorm en inhoud.

Persoonlijk ben ik van oordeel dat een sterk werk iets met je doet wanneer je de ruimte instapt: je kan dit de esthetische prikkel of esthetische ervaring noemen. De term esthetisch is hier wel niet synoniem aan "mooi zijn". Integendeel, een sterk werk kan schoon van lelijkheid zijn of verrassen, ontroeren. Een kunstwerk is geen interieurdecoratie, maar wordt wel vaak daarvoor ge- of misbruikt.
Tegelijkertijd laat een goed werk zich niet onmiddellijk en/of compleet begrijpen: het is meerlagig, er zijn meerdere interpretaties mogelijk. Een sterk werk trekt je aan, prikkelt je door een onmiddellijke zintuiglijke beleving, daardoor wordt je interesse opgewekt en wil je er meer over weten. Het intrigeert, maar vertelt niet: het zet je aan tot nadenken, tot het zoeken naar een verstandelijke duiding, naar meer ontdekken. Wanneer een werk mij niet aanspreekt ben ik te "lui" om er langdurig bij stil te staan en op zoek te gaan naar de diepere grond.

Die aantrekkingskracht is een samenspel van 3 elementen: het artefact zelf uiteraard als belangrijke speler, maar ook de context van de locatie (zet iets in een kerk en je krijgt een heel andere lezing dan wanneer je dat werk in een dierentuin ziet) en ten 3į zeker en vast ook de dispositie van de toeschouwer.
Die beÔnvloeding, die aantrekkingskracht gebeurt idealiter op diverse ťchelons: op emotioneel en instinctief, onderhuids of zelfs hormonaal niveau maar uiteindelijk ook rationeel. Een aantal aspecten hebben daarbij een invloed: universele en cultuurgebonden symbolen, de impact van kleuren, de textuur van het werk.

Een heel andere invalshoek is natuurlijk de verhouding tussen het werk en de evolutie van de kunst zelf. Hoe plaats je dit werk in de geschiedenis van de kunst?
Begin 20ste eeuw volgen artistieke stromingen en bewegingen elkaar snel op: het kubisme met Picasso en zijn wereldberoemde bordeel van Avignon, het fauvisme met Rik Wouters in BelgiŽ, het expressionisme.
Ook de abstractie die al lang in de plooien van de schilderkunst verstopt zat, treedt nu expliciet op de voorgrond. In die abstracte kunst gaat de interesse in 1ste instantie, tussen de 2de wereldoorlogen, naar geometrische vormen met o.a. De Stijl en Piet Mondriaan in Nederland. In BelgiŽ is er o.a. Servranckx en Felix De Boeck, die intussen zijn eigen museum heeft in Drogenbos en waarmee ik deze zomer een project doe in de Basiliek van Koekelberg. Maar tot zover het commerciŽle intermezzo.
Na de 2de wereldoorlog, in het kielzog van de Cobra-beweging is ook de abstracte kunst aan een nieuwe bloeiperiode toe. Maar de geometrie van eerder maakt in de jaren 50 plaats voor een abstract expressionisme.

Het is in deze stroming dat je Chris Van De Velde kan situeren: het kunstwerk als uitbeelding van de emoties en de ervaringen van de kunstenaar; een mentale weerspiegeling van de manier waarop deze kunstenaar de werkelijkheid beleeft. Chris is afkomstig uit een Vlaamse regio waar in de jaren 20 van de vorige eeuw het, dan nog figuratieve, expressionisme met o.a. Permeke welig tierde. Zelf is zij, zoals quasi alle abstracte kunstenaars, van figuratie geŽvolueerd naar abstractie en het expressionisme van haar geboortegrond zat waarschijnlijk in de moedermelk die zij binnenkreeg.
Een expressionistisch schilderij, of het nu figuratief dan wel abstract is, is zoals ik al eerder vertelde niet in 1ste instantie bedoeld als esthetisch object. Dat kan en in het geval van Chris, is het vaak ook mooi. Maar het werk is wel in oorsprong een spontane weergave van de emotionele en mentale staat van de kunstenares op het moment van maken. Zonder dat zij zich daar zelf op dat ogenblik van bewust hoeft te zijn. Haar emotionaliteit vindt een uitlaatklep in de techniek die zij dusdanig beheerst er dat -in tegenstelling wat er gebeurt als de meesten onder ons eventjes in een emotionele bui gaan zitten kladderen- dat er dus een werk ontstaat waar de toeschouwer ook nog door geroerd wordt.
Zij plaatst driftige verfstroken op het doek, schuurt en krast, smijt er zand, kleurpigmenten en andere soi - disant "rommel" tussen. De aardkleuren en de huid en textuur van het schilderij laten een spannend verhaal vermoeden, als primitieve sculpturen of rotstekeningen. De toeschouwer ziet dramatische opeenhopingen, botsingen, overlappingen, nerveuze lijnen. In deze dynamische schilderijen geeft zij een deel van haar persoonlijkheid bloot. Soms is haar benadering dan weer rustiger, met vaak picturale tekens die haar belangstelling voor Oosterse kalligrafie verraden.
Het zijn haar nerveuze, chaotisch bewegende werken die mijn onrustige ziel het meest aanspreken, maar dat zegt minstens even veel over mij als over Chris. En daar zou ik mee willen besluiten.

De kunstenaar legt in een werk zijn of haar ziel bloot, vertrekt vanuit zijn persoonlijke beleving van de wereld en produceert daarmee een kunstartefact. Maar dat kunstwerk gaat vervolgens als een zelfstandige entiteit door het leven. Het bestaat vanaf nu slechts bij gratie van de toeschouwer en diens interpretatie ervan. Een goed werk spreekt je in 1ste instantie aan door de esthetische ervaring die je erdoor beleeft. En dat is, zoals eerder gezegd veel ruimer dan: "ik vind dit mooi of lelijk". Met een dergelijk oordeel doe je het werk en jezelf tekort. De opgewekte interesse is een aanleiding om te dromen en te interpreteren. Een abstract werk laat gelukkig zoveel vrijheid dat je als toeschouwer in je hoofd een nieuw en eigen kunstwerk fabriceert in een subtiel samenspel tussen de intentie van de dader - de kunstenares - het getoonde werk, de context of de ruimte waarin het werk zich bevindt en last but not least, jouw eigen persoonlijkheid met al wat je reeds meegemaakt en gezien hebt. Ik schat dus dat er hier vandaag zo een 100-tal individuele exposities plaatsvinden in de som van jullie hoofden.

Kunst kijken is niet passief, maar eerder een werkwoord of beter nog een fantaseerwoord: jij mag zelf met ideeŽn spelen, interpreteren, fantaseren. Gaat en fantaseert dus.

Mark Swysen, beeldend kunstenaar.


Back to content | Back to main menu